Home > Een gebiedsspecifieke benadering leidt tot 80 procent minder CO2 uitstoot

Een gebiedsspecifieke benadering leidt tot 80 procent minder CO2 uitstoot

22-06-2021
Met een gebiedsspecifieke benadering maken zes groepjes studenten in een agrarisch gebied bij Staphorst een eerste stap om te komen tot 80 procent minder CO2 uitstoot. Nauwgezette studie van bodemkaarten leert hen dat een derde van het gebied bedekt is met een veenlaag van twee tot drie meter dik. Het winnend groepje bedenkt een nieuwe bestemming voor dit gebied en dat anders omgegaan moet worden met de overige ruimte. Een Underground Challenge van KOBO-HO en de Aeres Hogeschool in Dronten kan wonderen doen.


Het winnende team – foto Karin Pepers

CO2 reductie van 80 procent
Na een eerdere succesvolle Underground Challenges (soort van ‘hackathon’ gericht op bodem en ondergrond) in Dronten en Rotterdam, pakte de Aeres Hogeschool begin juni opnieuw dit concept op. Een grote klas vol agrarische studenten werd uitgedaagd zich te buigen over een actueel maatschappelijk thema: het terugdringen van de CO2 uitstoot in een landbouwomgeving. De case was een deel van het veenweidegebied Staphorsterveld, gelegen tussen het Zwarte Water en de hogere zandgronden bij Staphorst. Daar wordt jaarlijks zo’n 35.000 ton CO2 uitgestoten, voornamelijk als gevolg van bodemdaling, vertelt Marie Wesselink, de begeleider van het winnende groepje van deze Undergrond Challenge. Ze is verbonden aan de businessunit ‘Open teelten’ van Wageningen University & Research. Daarnaast is ze actief voor JongBodem en vanuit die rol aangehaakt als begeleider. De visie van KOBO-HO en Aeres Hogeschool was dat jonge bodemprofessionals een goede toevoeging zouden zijn aan de studenten om hen te stimuleren met creatieve, realistische ideeën te komen. ‘De studenten werd namelijk gevraagd een gebiedsontwikkelingsplan te ontwikkelen om de CO2 uitstoot van dit gebied met 80 procent te reduceren. Een geweldige opgave’, licht Marie Wesselink toe.


Marie Wesselink – eigen foto

Onder water zetten
‘De dag startte na de opening vanuit de lector Duurzaam Bodembeheer, Gera van Os van de Aeres Hogeschool, met een presentatie van Gilles Erkens van Deltares over Bodemdaling, gevolgd door een presentatie van Elisabeth Ruijgrok van Witteveen+Bos over een Maatschappelijke Kosten Baten Analyse die uitgevoerd is op een landelijk bodemdalingsgebied in Friesland. Namens het ministerie van LNV legde Douwe Jonkers daarna de opgave uit. ‘Vervolgens werden de studenten in groepjes van vijf of zes verdeeld en konden zij aanvullende informatie ophalen in gesprekken met een aantal stakeholders, van onder andere de provincie Overijssel, de gemeente Staphorst, Staatsbosbeheer, een lokale agrariër, het waterbedrijf Vitens en het waterschap WDO Delta’, vervolgt Marie Wesselink.

‘Het hele gebied onder water zetten, zoals een van de studenten opperde, zou ongetwijfeld het doel hebben bereikt. Maar op de vraag hoe de agrariërs daartoe weg te krijgen en hoe de inkomensderving zou kunnen worden gecompenseerd, bleef het antwoord uit. Het idee leidde er wel toe dat de bodem nader werd bestudeerd. Toen bleek dat de veenpakketten niet overal even dik waren. Variërend van enkele meters, tot amper een halve meter. Al rekenend kwamen de studenten uit het winnende groepje op een model waarbij een derde van het gebied, met die stevige veenlaag, inderdaad onder water zou kunnen worden gezet. Dat zou gelijk al leiden tot een derde van de gewenste reductie’.


Presentatie van het winnende ontwerp – foto Karin Pepers

Win-win situatie
‘Het overige gebied, twee derde van het totaal, heeft slechts een heel dunne veenlaag. Dat zou, wisten de studenten met hun agrarische achtergrond en kennis, goed zijn om te ploegen en te mengen met de daaronder gelegen zandgrond. Een aan te leggen drainagesysteem zou een kwalitatief hoogwaardige akkerbouw mogelijk kunnen maken. De hogere opbrengsten hiervan zouden kunnen bijdragen aan een nieuwe indeling van het gebied. Dat, in combinatie met het voornemen van een aantal agrariërs om te gaan stoppen, zou tot een win-win situatie voor iedereen kunnen leiden; voor het klimaat, voor de agrariërs en voor de natuur. Want op verzoek van Staatsbosbeheer bedachten de studenten ook nog een aantal natuurbufferstroken, ten dienste van de biodiversiteit en de recreatie’. En de inventiviteit stopte niet, gaat Marie Wesselink verder. ‘Op het wateroppervlak van het ondergelopen deel kunnen zonnepanelen worden gelegd ten behoeve van energieopwekking. Ook een windmolen, gecombineerd met een waterstoffabriek, kan bijdragen aan groene stroomopwekking’. Op deze manier wordt de rest van de CO2 reductie gerealiseerd door middel van compensatie. Gebiedsspecifiek denken, constateert zij, maakt heel veel meer mogelijk. De formule van een Underground Challenge, waarin studenten uit hun bubbel moeten komen, draagt daar al evenzeer aan bij.

Dit artikel is een verslag/impressie van deze Underground Challenge. Het is geen belangenafweging zoals bijvoorbeeld bij een concreet project het geval is.