Home > Karen Vancampenhout: ‘Et tu Brute?’

Karen Vancampenhout: ‘Et tu Brute?’

28-04-2022
‘Een derde van onze bruikbare bodem is wereldwijd al verdwenen. En dat terwijl een gezonde bodem een gezonde samenleving betekent. Het Romeinse Rijk bijvoorbeeld heeft dat tot schade en schande moeten meemaken’, aldus professor Karen Vancampenhout op het Symposium Bodem Breed 21 april jongstleden.


Karen Vancampenhout - foto Theo van Oeffelt

Stiefmoederlijke behandeling
Een zeer bevlogen Karen Vancampenhout sprak ruim 400 deelnemers toe op het – eindelijk weer fysiek gehouden – Symposium Bodem Breed. Ze maakte op meeslepende wijze duidelijk waarom bodemerosie voor ons levensbedreigend is. ‘Het is de meest onderschatte natuurlijke hulpbron van de mens: de bodem. Maar onze bodems worden stiefmoederlijk behandeld’. En dat is zó onterecht, aldus Vancampenhout. ‘De bodem is essentieel voor een duurzame landbouw, voor de volksgezondheid en voor de strijd tegen de klimaatopwarming’. Ze hield een pakkend pleidooi voor een doordacht bodembeheer. ‘Elke minuut verdwijnen er in de wereld dertig voetbalvelden aan topbodems’.

Ondergang Romeinse Rijk
Vancampenhout wees op een aantal historische voorbeelden van de wijze waarop uitputting van bodems leidt tot de teloorgang van beschavingen: ‘Het Romeinse Rijk domineerde een groot deel van de wereld tussen 27 BC en 476 AD. Als de Romeinen even goede bodemkundigen als ingenieurs waren geweest, dan spraken wij hier nu Latijn. Maar op een bepaald ogenblik zaten ze door hun grondreserves heen, waardoor de oogsten achteruitgingen en hun legers niet meer goed gevoed konden worden’. ‘Ravijnerosie’ noemt ze het. ‘Alle goede grond was daar na verloop van tijd volledig geërodeerd. En dan kan het snel gaan. Ineens zijn de voedingsstoffen weg uit een bodem en kan er nog maar weinig groeien. Daardoor werden de Romeinen kwetsbaar. De bodemdegradatie leidde tot de instorting van hun rijk. Beschavingen worden niet omvergeworpen, ze worden ondergraven’.

Bodem lezen
Vancampenhout wil grond kenbaar maken: ‘Mensen moeten begrijpen dat je een bodem kunt lezen als een boek, dat je er van alles uit kunt leren, niet alleen over wat er in de grond gebeurt, maar ook over onze geschiedenis. De bodem is de meest onderschatte natuurlijke hulpbron van de mens. Grond lijkt zo triviaal, maar het is geen hernieuwbare grondstof: als een bodem verdwijnt, duurt het vele millennia voor hij weer is opgebouwd. Het kan tienduizend jaar duren voor enkele centimeters verdwenen bodem weer op natuurlijke wijze zijn aangevuld. In de tussentijd kun je de grond niet gebruiken voor landbouw. Met gedegradeerde bodems kun je ook moeilijk een efficiënte strijd tegen de klimaatopwarming voeren, want het zijn gezonde bodems die broeikasgassen als koolstofdioxide (CO2) opslaan’.

Kempense zandgronden
Karen Vancampenhout bestudeerde onder andere de Kempense bodems. ‘We hebben in Vlaanderen geluk gehad,’ zegt ze, ‘want in de ijstijden – die via jullie naar ons kwamen – kregen we hier nieuwe bodems die veel water en voedingsstoffen konden vasthouden. We stellen vast dat onze verre voorouders in het prehistorische landschap vooral leefden op de plekjes met de beste bodems. Maar toen eenmaal de landbouw ontstond, waren de zandgronden van de Kempen minder interessant dan bijvoorbeeld de leemgronden in het Leuvense. Zand houdt nauwelijks water vast en bevat weinig voedingsstoffen. De landbouw in de Kempen kon alleen rendabel worden gemaakt door de zandbodem te verbeteren met plaggen uit heidegrond, verrijkt met koeienmest. Dat was een hels werk. De Kempen zijn vruchtbaar gemaakt door het zweet van boeren’.

Beste bodemdeskundige
‘De Homo sapiens’, stelde Vancampenhout daarom vast, ‘is de beste bodemdeskundige. Maar toen in de waanzinnige veertiende eeuw Europa werd geteisterd door drie achtereenvolgende natte zomers, met hongersnood als gevolg en daaroverheen de zwarte pest, leidde tot dat 20 tot 50 miljoen doden’.

Ze concludeerde: ‘We hebben de wetenschap en de techniek om onze bodem gezond te houden of weer te maken. Doen we dat niet dan is dat verraad aan onze bodem, aan de basis van ons leven. Dus rest hier nog maar een vraag: “Et tu Brute?”’