Home > KOBO gaf een grote prik in mijn bubbel

KOBO gaf een grote prik in mijn bubbel

28-02-2022
‘Opgeleid als archeoloog merkte ik pas door KOBO hoezeer ik in een bubbel zat. Nu kijk ik veel breder naar het complexe geheel dat de bodem en ondergrond is’, merkt Femke Tomas op, die sinds een half jaar samen met Geert Roovers de projectleiding van KOBO op zich heeft genomen. 


Femke Tomas – eigen foto 

Ontbubbelen
Bubbels, en het ontbubbelen, is een hot issue, getuige onder andere het SIKB-Jaarcongres 10 maart aanstaande. Femke Tomas houdt zich intensief bezig met doorprikken van bubbels. Een netwerkster pur sang – dat maakt het al een stuk makkelijker – en mede dankzij het Kennis- en onderwijscentrum bodem en ondergrond voor het hoger onderwijs (KOBO) uit haar eigen archeologische bubbel gestapt. ‘Dankzij het lectoraat Bodem en Ondergrond, waar ik aan verbonden ben, met lector Geert Roovers, ben ik mijn werkveld veel breder en als één geheel gaan zien. Zie ik archeologie nu als een integraal onderdeel daarvan’, vertelt ze via Teams.

Gepassioneerd
Al is het gesprek via het beeldscherm, de passie spat ervan af. ‘Grote, actuele maatschappelijke opgaven zoals verduurzaming, sustainability en de klimaatadaptatie raken niet alleen de bodem en ondergrond, maar ook de archeologie. Datzelfde geldt de inrichting van onze leefomgeving, de ruimtelijke ordening. Ons cultureel erfgoed moet daarin worden meegenomen. Maar denk ook eens aan belangrijke opgaven zoals het werken aan inclusiviteit en diversiteit’. Femke Tomas was dan ook gelijk enthousiast toen Geert Roovers haar vroeg te participeren in het KOBO. ‘Dit platform dwingt om uit je bubbel te komen. Bijvoorbeeld door het arbeidsperspectief te verbreden. Het aanbod, neem de OndergrondLab’s, zijn integraal van opzet, benaderen een opgave vanuit alle mogelijke perspectieven en invalshoeken. Dat verbreedt ieders kennis, draagt bij aan netwerkvorming en versterkt de sociale vaardigheden. Waarmee studenten een breder arbeidsperspectief wordt geboden’.

Doorlopende leerlijn   
Voor het KOBO heeft Femke Tomas als eerste het Jaarplan geactualiseerd en uitgebreid. ‘KOBO biedt misschien wel als geen ander de kans om praktijk en onderwijs bij elkaar te brengen. De vele losse eilanden die daarbinnen nu nog zijn, met elkaar te verbinden. Ervoor te zorgen dat er meer van elkaar geleerd kan gaan worden. Ik breng dat nu in kaart en probeer daaraan gelijk een professionaliseringsslag te geven. De eerdergenoemde OndergrondLab’s bijvoorbeeld, zijn zeer succesvol, maar we dragen dit nog te weinig uit. De opgedane kennis kan veel sterker worden verbreed, zoals via kleine conferenties en via de Bodembreed Academie’.|
Een doorlopende leerlijn is een ander aandachtspunt. KOBO is geïnitieerd voor en door de hogescholen. Maar waarom geen aansluiting met het Wetenschappelijk Onderwijs en, de andere kant op, het MBO? Ook dat zie ik als een mooie opgave om aan te werken. Er zijn hiervoor al goede contacten gelegd. En wellicht zelfs nog verder, naar het voortgezet onderwijs waar de keuzes voor een beroepsrichting worden gemaakt. Zo tezamen, en versterkt door de Bodembreed Academie, kan een doorlopende leerlijn ontstaan voor alles wat met onze bodem en daaronder te maken heeft’.

Behoefte aan kennis
Ze noemt al een paar keer de Bodembreed Academie. ‘De behoefte aan kennis over wat er onder onze voeten zich afspeelt is enorm, en wordt alleen nog maar groter. Stel dat de Omgevingswet doorgaat, dan krijgen gemeenten een veel belangrijker rol, ook in dit werkveld. Kennis daarvoor ontbreekt binnen die organisaties. KOBO en de Bodembreed Academie samen kunnen daarin voorzien. Het zou goed zijn om dieper onderzoek te doen naar de kennisbehoefte. Net als ik nu voor het Centraal College van Deskundigen Archeologie een onderzoek doe naar de onderwijsbehoeften binnen het archeologische werkveld’.
Uitdagingen te over. ‘Zoals het leren werken in multidisciplinaire teams. Daar wordt nog veel te weinig ervaring mee opgedaan. Helaas, want ook dit is een prima werkwijze om uit eigen bubbels te komen, en die van anderen te leren kennen.’